het antibiogram toont welk antibioticum werkt
Sommige bacteriën kunnen sneller een ontsteking van de bijbal of teelbal veroorzaken dan andere. Vaak gaat het om bacteriën die ook een urineweginfectie geven. Ze kunnen vanuit de urinewegen opstijgen via de zaadleider naar de zaadstreng, de bijbal en de teelbal. Soms komen bacteriën via de bloedbaan in de teelbal terecht.
Als bacteriën vanuit de urinewegen zich uitbreiden naar het hele lichaam, kan je erg ziek worden met hoge koorts. Dat noemen we sepsis: een zware reactie van het lichaam op een infectie. Als de infectie start in de urinewegen, spreekt men van urosepsis.
De meest voorkomende bacterie: E. coli
De bacterie die het vaakst voorkomt bij urineweginfecties is E. coli. De “E.” staat voor Escherichia. Dat is een naam die vaak wordt afgekort. “Coli” betekent “afkomstig van de dikke darm” (colon). E. coli leeft bij veel mensen in grote aantallen in de dikke darm. Meestal is dat onschuldig. Maar als de bacterie in de urinewegen terechtkomt, kan ze daar klachten veroorzaken.
Gram-negatief, Gram-positief en wat dat nog betekent
E. coli behoort, samen met andere bacteriën, tot de groep Gram-negatieve bacteriën. “Gram” verwijst naar een oude maar bekende techniek om bacteriën te kleuren en in twee grote groepen in te delen, afhankelijk van hoe ze reageren op een kleurstof onder de microscoop.

Tegenwoordig is die indeling alleen niet altijd genoeg om de juiste behandeling te kiezen. In het labo kan men bacteriën kweken (laten groeien) en daarna testen welke antibiotica werken. Dat onderzoek heet een antibiogram. Dat duurt meestal een paar dagen. Daarom spreken artsen in de praktijk soms nog over “Gram-negatief” of “Gram-positief” als eerste richting, terwijl we wachten op de precieze resultaten.
In veel labo’s worden bacteriën vandaag nog sneller geïdentificeerd aan de gasvormige afvalstoffen die ze produceren tijdens het labo-onderzoek. Dat kan soms helpen om nog vroeger gerichter te behandelen.
Welke antibiotica worden vaak gebruikt?
Bij een teelbalontsteking door (vermoedelijk) Gram-negatieve bacteriën kiest de uroloog, als hij geen antibiogram ter berschikking heeft, meestal een antibioticum dat goed werkt tegen die groep. Welke keuze het best is, hangt af van:

- de ernst van je klachten (koorts, ziek zijn, pijn)
- waar de infectie vermoedelijk gestart is (urinewegen of elders)
- je medische voorgeschiedenis
- allergieën en mogelijke bijwerkingen
- lokale resistentie (bacteriën die minder gevoelig zijn voor antibiotica)
Vaak gebruikte antibiotica zijn quinolonen (zoals Ciproxine en Tavanic) en sulfamiden (zoals Bactrim of Eusaprim). Die dien je dus al beginnen te nemen in afwachting van de uitslag van het antibiogram.
Omdat sommige bacteriën vandaag vaker resistent zijn tegen bepaalde antibiotica, kan je arts soms bewust een ander antibioticum kiezen dan vroeger gebruikelijk was, zeker bij ernstige klachten of als je in het verleden al resistente kiemen had.
Wanneer contact opnemen?
- Bij pijn, zwelling of een ongewone verdikking van de teelbal.
- Als je plots hoge koorts krijgt, eventueel met koude rillingen.
- Wanneer je je erg ziek voelt bij een vermoedelijke infectie van de urinewegen of teelballen.
- Als je vragen hebt over je behandeling, of als de klachten niet duidelijk verbeteren.
Medische disclaimer
Deze informatie is bedoeld als achtergrond en helpt je om een consultatie beter te begrijpen. Ze vervangt geen persoonlijk medisch advies. Neem bij klachten of ongerustheid contact op met je arts of zorgverlener. Deze tekst is algemeen en is niet bedoeld om zelf een diagnose te stellen of een behandeling te vervangen.