teelbal » Teelbalkanker » Nabehandeling Niet-Seminoom (St I) » nabehandeling uitgezaaid niet-seminoom

nabehandeling uitgezaaid niet-seminoom

laatst gewijzigd op

Behandeling van een niet-seminoom Stadium II of III: Een intensief maar hoopvol traject

Wanneer de CT-scan of het bloedonderzoek aantoont dat kankercellen zich buiten de teelbal hebben verspreid naar de lymfeklieren of andere organen, spreken we van Stadium II of III. Het horen van dit nieuws komt vaak aan als een mokerslag. Het is een moment van grote onzekerheid. Toch willen we direct beginnen met het allerbelangrijkste nieuws: ook in een gevorderd stadium is niet-seminoom teelbalkanker vandaag de dag uitstekend te genezen. Dankzij moderne chemotherapie en gespecialiseerde operaties lukt het artsen om de overgrote meerderheid van de patiënten volledig kankervrij te krijgen.

Het MOC: Jouw team van experts

In België wordt de behandeling van uitgezaaide teelbalkanker nooit door één arts alleen bepaald. Jouw dossier wordt besproken op het MOC (Multidisciplinair Oncologisch Consult). Hier zitten urologen, oncologen (kankerspecialisten), radiotherapeuten, radiologen en pathologen samen rond de tafel. Omdat een niet-seminoom vaak een complexe aanpak vraagt, is dit overleg van levensbelang. Het team bepaalt op basis van internationale richtlijnen (IGCCCG-risicogroepen) hoeveel kuren chemotherapie je nodig hebt en of er na die tijd nog een operatie moet volgen. Zo krijg je in elk Belgisch ziekenhuis de meest geavanceerde zorg.

De eerste stap: Chemotherapie (De BEP-kuur)

Bij een uitgezaaid niet-seminoom is chemotherapie bijna altijd de eerste stap. We hebben een behandeling nodig die door het hele lichaam reist om overal de kankercellen op te sporen en te vernietigen. De standaardbehandeling is de BEP-kuur. Dit is een combinatie van drie krachtige medicijnen: Bleomycine, Etoposide en Cisplatine.

Hoe ziet zo’n kuur eruit?

Afhankelijk van de uitgebreidheid van de ziekte krijg je meestal 3 of 4 kuren (cycli). Eén cyclus duurt precies drie weken:

Week 1: Je verblijft meestal enkele dagen in het ziekenhuis of de dagkliniek voor de hoofdbesproeiing met infusen.

Week 2 en 3: Dit zijn herstelweken, waarin je vaak één keer per week kort naar het ziekenhuis komt voor een kleine dosis Bleomycine. Chemotherapie is zwaar voor het lichaam. Je kunt last krijgen van vermoeidheid, misselijkheid, haaruitval en een tijdelijk verlaagde weerstand. De oncocoaches in het ziekenhuis zullen je hierin intensief begeleiden.

De tweede stap: De resterende massa en de RPLND-operatie

Na de chemotherapie maken we opnieuw een CT-scan om het resultaat te beoordelen. Bij een niet-seminoom zien we vaak dat de uitzaaiingen sterk zijn geslonken, maar dat er nog steeds ‘restjes’ zichtbaar zijn (restmassa). Bij een niet-seminoom is het essentieel om deze restjes serieus te nemen.

Anders dan bij een seminoom, kunnen deze resten drie dingen zijn:

Dood weefsel of littekenweefsel: Dit is onschadelijk.

Teratoom: Dit zijn cellen die op dit moment geen kanker zijn, maar die wel kunnen groeien en later kwaadaardig kunnen worden. Ze reageren niet op chemo en moeten dus fysiek verwijderd worden.

Actieve kankercellen: Cellen die de chemo hebben overleefd.

Als er na de chemo nog massa’s zichtbaar zijn die groter zijn dan 1 centimeter, zal de uroloog een RPLND-operatie (Retroperitoneale Lymfeklierdissectie , in het Engels klinkt het Retroperitoneal Lymph Nodes Dissection) voorstellen. Dit is een grote operatie waarbij de lymfeklieren achter in de buikholte chirurgisch worden verwijderd. Het doel is om 100% zekerheid te krijgen dat alle (potentiële) kankercellen uit je lichaam zijn.

Herstel en de lange termijn

Het traject van chemotherapie gevolgd door een operatie is een marathon, geen sprint. Je lichaam heeft tijd nodig om te herstellen van de giftige stoffen van de chemo en van de impact van een grote buikoperatie. Toch zien we dat de meeste mannen na verloop van tijd hun normale leven, werk en hobby’s weer volledig kunnen oppakken.

Vruchtbaarheid en seksualiteit: Chemotherapie en de RPLND-operatie kunnen invloed hebben op je vruchtbaarheid en soms op de zaadlozing. Het is daarom standaardprocedure in België om vóór de start van de behandeling zaadcellen in te vriezen (cryopreservatie). Bespreek dit altijd met je uroloog of oncoloog vóór de eerste kuur.

De prognose: Reden voor optimisme

Hoewel Stadium II of III ernstiger is dan Stadium I, blijven de genezingskansen indrukwekkend. Voor de ‘gunstige’ risicogroep (de meeste patiënten) ligt de vijfjaars-overleving boven de 90%. Zelfs in de meer uitgebreide gevallen zijn de cijfers de afgelopen jaren sterk verbeterd door betere combinaties van medicijnen en chirurgie. Je staat er niet alleen voor; een heel team van specialisten werkt samen om jou weer gezond te krijgen.

Blijf vragen stellen

Er komt in deze fase ontzettend veel op je af. Termen als ‘cycli’, ‘nadir’, ‘LVI’ en ‘RPLND’ vliegen je om de oren. Aarzel niet om je uroloog of oncoloog te vragen om uitleg in ‘gewone mensentaal’. Schrijf je vragen op voor je naar het gesprek gaat. Inzicht in je eigen traject helpt om de controle terug te krijgen over een situatie die soms heel onbeheersbaar voelt.