teelbal » Teelbalkanker » Uitzaaiingen bij zaadbalkanker?

Uitzaaiingen bij zaadbalkanker?

laatst gewijzigd op

Uitzaaiingen bij zaadbalkanker?

laatst gewijzigd op

Na de diagnose van teelbalkanker wil je arts weten of de kanker alleen in de teelbal zit, of dat er uitzaaiingen zijn. Dit proces heet ‘stadiëring’. Het is heel belangrijk om te weten in welk stadium de ziekte is. Zo kunnen we de beste behandeling voor jou kiezen.

Een uitzaaiing (of metastase) betekent dat kankercellen zich via de lymfevaten of het bloed naar andere delen van het lichaam hebben verplaatst. Bij teelbalkanker gebeurt dit meestal eerst naar de lymfeklieren diep in de buik. Later kunnen er ook uitzaaiingen in de longen of andere organen komen. Ook als er uitzaaiingen zijn, zijn de genezingskansen gelukkig nog steeds heel hoog.

Hoe sporen we uitzaaiingen op?

We gebruiken een combinatie van bloedonderzoek en scans. Samen geven ze een volledig beeld van de situatie.

Stap 1: Bloedonderzoek (tumormarkers)

Zelfs al voor de operatie waarbij de teelbal wordt weggenomen, nemen we bloed af. We meten dan specifieke eiwitten die ‘tumormarkers’ heten: AFP, β-hCG en LDH. Deze stoffen kunnen door de tumor gemaakt worden.

  • Voor de operatie: De waarden van deze markers geven ons belangrijke informatie. Ze helpen de diagnose te bevestigen en kunnen al een idee geven over welk type teelbalkanker het is. Ongeveer 9 op de 10 mannen met een niet-seminoom tumor hebben verhoogde markers. Bij een seminoom kan bij 3 op de 10 mannen de β-hCG-waarde verhoogd zijn.
  • Let op: Normale waarden sluiten kanker niet uit. Je kan teelbalkanker hebben zonder verhoogde tumormarkers.
  • Na de operatie: Enkele weken na de operatie meten we de markers opnieuw. Als ze voor de operatie verhoogd waren, zouden ze nu moeten dalen. AFP heeft ongeveer een week nodig om te halveren, β-hCG maar 1 tot 3 dagen. Als de waarden niet snel genoeg dalen of zelfs stijgen, wijst dat meestal op uitzaaiingen. Maar ook hier geldt: als je waarden normaal worden, wil dat niet zeggen dat er zeker geen uitzaaiingen zijn.

De tumormarkers zijn dus erg nuttig om het effect van een behandeling op te volgen en om de ziekte later in de gaten te houden.

Stap 2: Scans van het lichaam

Om te zien of er uitzaaiingen zijn in lymfeklieren of organen, zijn scans nodig. Vaak gebeuren deze scans al voor je operatie als je tumormarkers sterk verhoogd zijn.

  • CT-scan van buik en borstkas: Dit is het standaardonderzoek. Een CT-scan maakt met röntgenstralen gedetailleerde doorsnedes van je lichaam. We kijken hiermee naar de lymfeklieren diep in je buik (rond de grote bloedvaten) en in je borstkas. We controleren ook je longen op mogelijke uitzaaiingen.
  • MRI-scan: Een MRI-scan werkt met een sterk magneetveld en niet met röntgenstralen. Dit kan een goed alternatief zijn voor een CT-scan, bijvoorbeeld als je allergisch bent voor het contrastmiddel van een CT-scan. Voor het opsporen van uitzaaiingen in de lymfeklieren is een MRI even goed als een CT, maar voor kleine plekjes in de longen is de CT-scan beter.

Wanneer zijn er andere scans nodig?

In specifieke situaties kan je arts een bijkomende scan aanraden. Dit is niet voor iedereen nodig.

  • Scan van de hersenen of de wervelkolom: Dit wordt enkel overwogen als er veel uitzaaiingen in de longen zijn, als de tumormarker β-hCG extreem hoog is, of als je klachten hebt die wijzen op problemen met je hersenen of ruggengraat. Een MRI-scan is hiervoor het beste onderzoek.
  • PET-scan: Dit onderzoek wordt bij de eerste diagnose van teelbalkanker meestal niet gebruikt, omdat het geen extra voordelen biedt boven een gewone CT-scan.

Wat is het doel van al deze onderzoeken?

Al deze informatie – van het bloedonderzoek, de scans en het weefselonderzoek van de verwijderde teelbal – helpt ons om het stadium van de kanker exact te bepalen. Dit noemen we de stadiëring. Op basis van het stadium beslissen we samen met jou wat de beste volgende stap is. De opties zijn:

  • Actief opvolgen (wachten en regelmatig controleren)
  • Chemotherapie
  • Bestraling
  • Een bijkomende operatie om lymfeklieren te verwijderen

Het doel is altijd om een behandeling op maat te geven: de ziekte volledig genezen met zo weinig mogelijk bijwerkingen.

Wanneer moet je contact opnemen?

Aarzel niet om je arts of de verpleegkundige te contacteren als:

  • Je vragen hebt over de geplande onderzoeken of de resultaten.
  • Je niet goed begrijpt wat de volgende stap in je behandeling is.
  • Je nieuwe klachten krijgt, zoals aanhoudende pijn in je rug of buik, een droge hoest die niet overgaat, kortademigheid of een zwelling in je hals of lies.
  • Je ongerust bent na het lezen van een verslag van een scan.

Een snelle vraag kan vaak veel onzekerheid wegnemen. Je staat er niet alleen voor.