Heb je een knobbeltje in je teelbal gevoeld, of maak je je zorgen? Dan is het goed om te weten hoe een arts de diagnose van teelbalkanker stelt. Dit gebeurt stap voor stap, met een lichamelijk onderzoek, een echografie en een bloedonderzoek. Vaak volgt ook een scan om te zien of er uitzaaiingen zijn. Al deze informatie helpt de uroloog om samen met jou het beste behandelplan op te stellen.

Hoe stelt de arts de diagnose?
1. Lichamelijk onderzoek
Alles begint met een gesprek en een lichamelijk onderzoek. De arts voelt aan je teelballen om de grootte, vorm en stevigheid te beoordelen. Een typische tumor voelt aan als een harde, pijnloze knobbel. Soms kan de hele teelbal wat groter en zwaarder aanvoelen. Hoewel het meestal geen pijn doet, kan je soms wel een zeurend gevoel in de balzak, lies of onderbuik ervaren. De arts zal ook je buik, borstkas en de zone boven je sleutelbeen onderzoeken op zoek naar eventuele zwellingen. In zeldzame gevallen kan teelbalkanker leiden tot lichte borstvorming.
2. Echografie van de balzak
De volgende stap is bijna altijd een echografie. Dit is een snel en pijnloos onderzoek met geluidsgolven, zonder straling. Met de echo kan de arts:
- Zeker weten of er een massa in de teelbal zit.
- Kijken of de massa zich binnen of buiten de teelbal bevindt. Dit is een belangrijk verschil.
- Andere oorzaken van een zwelling, zoals een bijbalcyste of een waterbreuk, uitsluiten.
- Ook de andere, gezonde teelbal controleren.
Een tumor ziet er op een echo meestal uit als een donkere, onregelmatige vlek in het verder egale teelbalweefsel.
3. Bloedonderzoek naar tumormarkers
Voor de behandeling start, neemt de arts bloed af om specifieke ’tumormarkers’ te meten. Dit zijn eiwitten die door sommige teelbaltumoren worden aangemaakt. De belangrijkste zijn:
- Alfa-foetoproteïne (AFP)
- Bèta-humaan choriongonadotrofine (β-hCG)
- Lactaatdehydrogenase (LDH)
Deze markers helpen de arts om het type tumor in te schatten. Belangrijk: niet elke tumor maakt deze stoffen aan. Normale bloedwaarden sluiten teelbalkanker dus niet uit. Na de operatie waarbij de teelbal wordt weggenomen, wordt het bloed opnieuw gecontroleerd. Als de markers hoog waren, moeten ze nu dalen. Gebeurt dat niet, dan kan dat wijzen op uitzaaiingen.
4. Onderzoek naar uitzaaiingen (staging)
Als de diagnose teelbalkanker vaststaat, is de volgende stap ‘staging’. Dat betekent dat we onderzoeken of de kanker is uitgezaaid naar andere delen van het lichaam. Dit is cruciaal om de juiste vervolgbehandeling te kiezen. Standaard gebeurt dit met een CT-scan van de buik en de borstkas. Deze scan brengt de lymfeklieren achter in de buik en de longen in beeld. Dit zijn de plekken waar uitzaaiingen het eerst terechtkomen. In zeldzame gevallen, bijvoorbeeld bij klachten of veel uitzaaiingen, kan ook een scan van de hersenen nodig zijn.
Wanneer moet je naar de dokter?
Twijfel je of er iets aan de hand is? Maak dan een afspraak met je huisarts of uroloog. Zelfonderzoek is belangrijk, maar een arts kan de juiste diagnose stellen. Neem contact op als je een van de volgende dingen merkt:
- Je voelt een hard, pijnloos knobbeltje in een van je teelballen.
- Eén teelbal voelt zwaarder aan of is in korte tijd groter geworden.
- Je hebt een aanhoudend, zeurend gevoel in je balzak of lies.
- Je merkt een verandering in de vorm of het gevoel van je teelbal.
Onthoud: de meeste zwellingen in de balzak zijn goedaardig, maar het is altijd beter om het zeker te weten. Een vroege diagnose van teelbalkanker verhoogt de kans op een succesvolle behandeling aanzienlijk. Lees hier meer over het zelfonderzoek van de teelbal.