
Om zwanger te worden zijn een zaadcel en een eicel nodig. Bij vrouwen komen eicellen uit de eierstokken (ook ovaria genoemd). Mannen produceren zaadcellen in de teelballen. Wanneer een zaadcel een eicel bereikt en binnendringt, ontstaat een bevruchte eicel. Deze zal zich door celdeling verder ontwikkelen tot een kindje in de baarmoeder.
Na een zaadlozing komen de zaadcellen in de vagina terecht. Daarvandaan bewegen ze actief voort naar de baarmoeder door eerst de baarmoederhals te passeren. De baarmoeder (uterus) is de plek waar de zaadcel en eicel kunnen versmelten en de zwangerschap kan ontstaan.
Coïtus en eventuele problemen
Een zaadlozing gebeurt meestal tijdens het vrijen, ook wel coïtus genoemd. Er is veel informatie hierover te vinden op het internet, bijvoorbeeld via audiovisueel materiaal. Deze website geeft hier minder uitleg over.
Als het vrijen moeilijk of pijnlijk verloopt of als dit het leven beïnvloedt, kan je best contact opnemen met je huisarts. Die kan je zo nodig doorverwijzen naar een seksuoloog. Seksuologen hebben ervaring met deze onderwerpen en bespreken ze zonder oordeel of taboe.
Wanneer contact opnemen?
- Als vrijen pijnlijk is of niet lukt
- Als je twijfels hebt over je vruchtbaarheid
- Als je vragen hebt over het krijgen van een kind
- Als je onzeker bent over seksuele problemen
Je huisarts is meestal de eerste persoon om mee te praten. Hij of zij kan je verder begeleiden en doorverwijzen indien nodig.
Medische disclaimer
Deze informatie is bedoeld om je te helpen begrijpen hoe vruchtbaarheid werkt en wanneer je best medische hulp zoekt. Het is geen vervanging voor persoonlijk medisch advies. Neem bij klachten of vragen altijd contact op met je arts.